fbpx

In de praktijk

Als leerkracht wil je dat je lessen aanslaan, dat leerlingen er echt van leren. Daarom zorg je voor een goede voorbereiding van je lessen. Dat is immers het halve werk. Je bepaalt leerdoelen, denkt na over mogelijke niveauverschillen in je klas en hoe je daarmee omgaat, je verzamelt voorbeelden en je bereidt de instructies en didactische aanpak voor. Wil je een illustratief verhaal gebruiken bij een opdracht, dan is het handig als je dat verhaal een beetje uit de losse pols kan vertellen. Oefenen voor de spiegel dus.

Wat ook voorbereiding vraagt, zijn de technische kwesties. Presenteer je een filmpje via het digibord, ga je een online quiz doen? Altijd handig om vooraf te checken of alles naar behoren werkt en dat je niet voor verrassingen komt te staan. Tot slot vragen de meeste creatieve werkvormen, zoals knutselopdrachten en muziek- of danslessen ook voorbereidingstijd.

Je geeft les aan een of meer groepen op je school. Dat kan in de onderbouw, de middenbouw of de bovenbouw zijn. Dat is deels afhankelijk van je eigen kennis en voorkeuren, deels van het rooster, de samenstelling van je team en mogelijke roulatieschema’s. Het kan dus zijn dat je het ene jaar aan groep 4 lesgeeft en het jaar daarna aan groep 7. De inhoud en de vorm van je lessen stem je af op de ontwikkelingsbehoeften van de kinderen in je groep.

In groep 1 en 2 zul je meer spelenderwijs letters en cijfers aanbieden en besteed je aandacht aan samenwerken en voorbereidende leervaardigheden.  Methodes komen meestal pas aan bod vanaf groep 3. Maar op steeds meer scholen doet thematisch onderwijs zijn intrede. In plaats van losse vakken zoals taal, lezen, rekenen, wereldoriëntatie en culturele vorming werken leerlingen dan aan projecten waarin ze verschillende opdrachten doen waarin deze vaardigheden en kennis een rol spelen. Lesgeven gaat niet alleen over instructies, uitleggen en opdrachten geven. Het is ook relatie bouwen, zorgen voor sociale veiligheid, luisteren en aanvoelen, gesprekken voeren. Het ene kind moet je eerder wat afremmen, het ander aansporen tot leren.

Als leerkracht begeleid je het leer- en ontwikkelingsproces van kinderen. Kinderen gaan zelfstandig of in groepjes aan het werk en tussentijds inventariseer je hoe hun vorderingen zijn. In de vorm van oefeningen, huiswerk, toetsen en overhoringen. De resultaten hou je goed bij, want die vormen de basis voor de vervolgstappen. Het verdiepen of verrijken van de leerstof. Alle vorderingen, cijfers en voortgang registreer je in administratie systemen, onder andere om tijdig bij te sturen als het nodig is. De voortgang van leerlingen bespreek je met je teamleden en met ouders.

Naast kennisoverdracht en didactiek bestaat het vak voor een groot deel uit pedagogiek, kinderen begeleiden in hun persoonlijke ontwikkeling. Zorgen voor de juiste voorwaarden, een respectvolle en veilige omgeving en een prettig leerklimaat. Het is belangrijk om goed te kunnen kijken naar gedrag van kinderen, in de groep en daarbuiten. Bij een goed pedagogisch klimaat hoort ook dat je relaties weet te bouwen, gebaseerd op onderling vertrouwen. Je ziet wat er in een kind omgaat, hoe een kind het liefste leert en hoe het kind omgaat met grenzen bijvoorbeeld.

Bij een coachende rol van de leerkracht hoort ook dat je met het kind onderzoekt hoe belemmeringen kunnen worden weggenomen om volwaardig mee te doen en te leren. Een ander aspect betreft de rust bewaren in de groep. Met een natuurlijk overwicht hoef je daar meestal niet veel voor te doen. Grensoverschrijdend gedrag vraagt de ene keer om extra aandacht en soms is het beter om dat te negeren. Je hebt oog voor kinderen die extra ondersteuning nodig hebben en zorgt ervoor dat zij die ook ontvangen.

Tenzij je een leerkracht-ondersteuner in je team hebt, zul je geregeld gevraagd worden om activiteiten en evenementen te organiseren, zoals feesten, sport- en spelactiviteiten, schoolkampen en themaweken. Daarnaast nemen scholen vaak deel aan landelijke of lokale acties die extra inzet vragen.

Overlegmomenten zijn er in verschillende vormen. Formeel en informeel. Als leerkracht word je betrokken bij het schoolbeleid, bij de onderwijsvisie, bij de aanschaf van nieuwe methodes, bij samenwerking met de kinderopvang of culturele instellingen, maar je hebt daarnaast ook geregeld overleg over teamontwikkeling, toetsresultaten, inspectiebezoeken of omstandigheden die samenhangen met de thuissituatie van kinderen.

Een van de meest onderschatte taken van de leerkracht is het onderhouden van goede contacten met ouders.  Ze willen begrijpelijkerwijs het beste voor hun kind op school en zullen die belangen dan ook graag voorop stellen. Ze willen zekerheden,  extra aandacht en begrip voor hun zorgen. Ouders stellen je soms voor dilemma’s. Meebewegen met de vraag of die kritisch maar respectvol terugleggen. De meeste kleine vragen kun je vaak kort en bondig behandelen. Maar soms vraagt een situatie meer verdieping, meer tijd. En die heb je niet altijd. Structureel ingepland zijn de Tien Minuten gesprekken met ouders. Dan bespreek je de voortgang van kinderen. Als daar aanleiding toe is, kunnen ouders ook tussentijds een gesprek aanvragen.